|
Hanna, Johannes, Hananja, Johanan en waarschijnlijk zelfs Hannibal hebben het Hebreeuwse woord voor genade (chanan) in hun naam.
Ouders wilden met het geven van zo’n naam iets over God zeggen, Hem eren als de Genadige. Het woord genade werd in Israël trouwens niet alleen voor God gebruikt, je kon ook genade vinden in de ogen van mensen.
VAN HOGERHAND
David had genade gevonden in de ogen van Saul, Esther had genade in de ogen van koning Ahasveros, Hanna vroeg om genade in de ogen van hogepriester Eli, Ruth kreeg genade in de ogen van heer Boaz. Uit deze voorbeelden wordt duidelijk dat genade van hogerhand komt, van iemand die in de positie is om genade te verlenen. Genade komt van een vorst, van een ontfermer. Genade is genade voor een onwaardige, voor een dienstknecht, voor een jongen nog maar.
Daarna zond Saul tot Isaï, om te zeggen: Laat toch David voor mijn aangezicht staan, want hij heeft genade in mijn ogen gevonden (1 Samuël 16:22).
En het geschiedde, toen de koning de koningin Esther zag, staande in het voorhof, verkreeg zij genade in zijn ogen, zodat de koning de gouden scepter, die in zijn hand was, Esther toereikte (Esther 5:2).
En zij zeide: Laat uw dienstmaagd genade vinden in uw ogen (1 Samuël 1:18).
En zij zeide: Laat mij genade vinden in uw ogen, mijn heer, dewijl gij mij getroost hebt en dewijl gij naar het hart van uw dienstmaagd gesproken hebt, hoewel ik niet ben gelijk een uwer dienstmaagden (Ruth 2:13).
GENADE EEN WONDER
We hebben allemaal genade nodig.
David had niets verkeerd gedaan tegenover Saul, noch Esther tegenover de Babylonische koning. Maar wij hebben God vertoornd door de zonde. Genade vinden in Gods ogen is daarom veel dieper en wonderlijker dan genade vinden in de ogen van mensen. Genade is niet onverschillig. Bij iemand genade vinden, is in iemands hart vallen en zo is het ook als we genade vinden in Gods ogen. Dat God een genadig God is, betekent dat God op een bewogen manier met zondaren om kan gaan. Genade gaat niet alleen over hoe God handelt, maar laat vooral Gods ‘hart’ zien. Als er meerdere eigenschappen tegelijk genoemd worden, is ‘genadig’ vaak de eerste in de rij. Uit de genade volgt dat God kan vergeven, kan verlossen en beschermen. Wat een oneindig wonder voor goddeloze, nietige zondaren dat God hen opraapt, ze in Zijn paleis de harp laat spelen, hun de scepter toesteekt en niet doodt. Wat heerlijk om als een heidense vrouw genade te vinden in de ogen van iemand meer dan Boaz.
Hij is genadig en barmhartig en rechtvaardig (Psalm 112:4).
De HEERE is genadig en rechtvaardig en onze God is ontfermende (Psalm 116:5).
SOEVEREIN
David kreeg het voorrecht om in het paleis harp te mogen spelen. De scepter werd Esther toegestoken zonder dat ze daar iets voor had gedaan. Voor genade betaal je blijkbaar niet, genade valt vrij. Daarom hebben we het over ‘vrije, soevereine genade’. Je valt in iemands hart of niet en met genade vinden in Gods ogen is het niet anders. David kon er niets aan doen dat hij genade ontving. Genade is vrij en soeverein. God is niet verplicht genadig te zijn. Hij kan zondaren laten liggen in de ellende, waar ze zichzelf in gebracht hebben en Hij ziet in genade neer op wie Hij wil. Paulus doelt hierop als hij het verschil aangeeft tussen zalig worden uit de werken of uit genade en hij stelt dat God genadig is zonder dat iemand zich voor genade hoeft te kwalificeren. Trouwens, stel je voor dat genade niet vrij was, dan zou je God kunnen omkopen. Dat is toch absurd! De hoge God richt genadig de geringen op!
Wie is gelijk de HEERE onze God? Die zeer hoog woont, Die zeer laag ziet, in de hemel en op de aarde; Die de geringe uit het stof opricht, en de nooddruftige uit de drek verhoogt (Psalm 113:5-7).
HOOG AANGEPREZEN
Het is een groot voorrecht dat God ons in Zijn Woord tegemoet komt, Zich bekendmaakt als een verrassend en genadig God. Wie had kunnen denken dat zondaren nog genade in Zijn ogen konden vinden! Hij is een gunstrijk God, een God Die vriendelijk kan neerzien op mensen die alle zegeningen verzondigd hebben, een God Die Zich niet te hoog acht om met zondaren van doen te hebben. God daalt zo laag af dat Hij Zijn scepter uitsteekt en zegt dat iedereen die in Zijn Zoon gelooft het eeuwige leven zal hebben. En meer nog, Hij werkt geloof in de mensen van Zijn welbehagen.
Ik zeide: O HEERE, zijt mij genadig; genees mijn ziel, want ik heb tegen U gezondigd (Psalm 41:5).
De HEERE zegene u en behoede u; de HEERE doe Zijn aangezicht over u lichten en zij u genadig; de HEERE verheffe Zijn aangezicht over u en geve u vrede (Numeri 6:24-26).
|